Commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Op 8 november 2005 heeft de voorzitter van het Vlaams Parlement de SERV gevraagd bij het Vlaams parlement advies uit te brengen over het rapport “Demografische ontwikkelingen in Vlaanderen en de gevolgen van de veroudering voor meerdere levensdomeinen”, opgesteld door de Administratie Planning en Statistiek van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap. De raad stelt in haar rapport “De raad ondersteunt het opzet van het Vlaams Parlement om binnen afzienbare termijn te komen tot een parlementair debat over de gevolgen van de demografische ontwikkelingen in Vlaanderen. … De nood aan volledigheid en diepgang in de voorbereiding hoeft niet tegenstrijdig te zijn met de relatieve urgentie van een debat.”… De raad pleit onder meer voor: -Een geintegreerde benadering van de woonproblematiek, zowel uitgaande van de volledige levenscyclus, als in relatie tot andere relevante domeinen (bv. zorg, mobiliteit) en de woon-netwerkomgeving (sociale infrastructuur). De raad pleit voor een actief beleid gericht op de verweving van verschillende gezinssituaties, zowel op het platteland als in de stad. -Op het vlak van mobiliteit pleit de raad voor een gepaste aandacht voor oudere verkeersdeelnemers als standaardgebruikers. -De raad pleit ook voor het ontwikkelen van aangepaste zorgconcepten en een aanbod afgestemd op de te verwachten behoeften voor het geheel van de welzijns- en gezondheidssector, d.w.z. een langere termijn programmering, ruimte voor bijsturing in functie van nieuwe inzichten. -Wat de Vlaamse zorgverzekering betreft blijkt dat de situatie er iets beter uit ziet dan wat het SERA 2005 rapport voorzag, maar er blijven volgens de raad bijkomende ingrepen nodig om te vermijden dat de tekorten in de zorgverzekering op middellange tot lange termijn groot worden. De SERV pleit voor een dringend debat over een eigentijds ouderenbeleid. Hun vraag wordt ondersteund door de resultaten van een enquete waarbij de respondenten vooral tot de leeftijdsgroep 55-69 jaar behoorden, door het onderzoeksbureau Solus . Uit de bevraging blijkt dat 43% van de respondenten een negatief beeld van rustoorden heeft, 9% heeft zelfs een zeer negatief beeld. Hoe ‘vaker’ men al op bezoek geweest is in een rusthuis, des te ‘positiever’ is het beeld dat men heeft. Uit de studie blijkt dat 62,5% van deze senioren alleen een rusthuis zou overwegen 'als men hulpbehoevend is'. 12,1% beweren ‘nooit’ naar een rustoord te zullen gaan en evenveel (12,1%) ‘er nog niet over nagedacht te hebben’. 13,3% ‘zal het zeker overwegen’. Er is dringend nood aan een diepgaand parlementair debat over de gevolgen van de demografische ontwikkelingen in Vlaanderen en het ontwikkelen van een eigentijds ouderenbeleid. Dit wordt bevestigd door het rapport van de Sociaal-economische Raad van Vlaanderen over de “Demografische ontwikkelingen in Vlaanderen en de gevolgen van de veroudering voor meerdere levensdomeinen”. Voor de ouderen van morgen is er een actief woonbeleid nodig. Nieuwe vormen van aangepast wonen dringen zich op waarbij rekening wordt gehouden met verschillende gezinssituaties en mogelijkheden. De hoofdreden om niet te gaan is het inleveren aan vrijheid. Maar ook de kost van rusthuizen, het leven tussen alleen maar oude mensen, de te kleine huisvesting, cultuurverschillen, contactverlies met buurt en familie, de indruk dat dit ‘het laatste is’ en de ouderwetse invulling van het concept worden als reden opgegeven. De redenen om wél te gaan zijn : 'Niemand tot last zijn', 'Goede verzorging' en 'Minder alleen zijn'.» De resultaten geven een duidelijk signaal: met de toenemende vergrijzing komt ook een nieuwe lichting bejaarden op de proppen die niet makkelijk naar het huidig aanbod rustoorden te lokken zal zijn. Rusthuizen die dikwijls nog gebouwd worden volgens het model van het ziekenhuis. De ouderen van morgen vragen om nieuwe vormen van aangepast wonen in eigen leefomgeving. In het regeerakkoord heeft de Vlaamse regering een engagement genomen om die dialoog tussen de minister bevoegd voor welzijn en voor wonen op te starten en van daaruit nieuwe initiatieven te nemen. Een samenleving met meer ouderen en minder jongeren zal de manier beinvloeden waarop we wonen en ons verplaatsen. De demografische ontwikkeling zal er ook toe leiden dat de verplaatsingspatronen veranderen. Oudere verkeersdeelnemers zullen niet langer in de minderheid zijn, maar standaardgebruikers worden. Ouderen verplaatsen zich niet noodzakelijk minder maar vaak wel binnen een beperktere actieradius. Dat vraagt om een aangepast mobiliteitsbeleid. Hiermee heeft de commissie diversiteit van de SERV rekening gehouden in haar aanbevelingen van 9 februari 2005. Mobiliteit op maat is één van de doelstellingen voor de komende decennia. Ook hier is een overleg tussen de bevoegde ministers nodig. Het toekomstig gat in de zorgverzekering is 1,7 miljard euro minder diep, maar daarover hoeven we absoluut niet euforisch te zijn. Als het tempo waarop de bevolking de komende 45 jaar vergrijst niet verandert, zal de Vlaamse zorgverzekering immers in 2050 met een tekort kampen van 4,5 miljard euro. De positieve ontwikkeling is te danken aan een aantal beleidsbeslissingen. Zo werd besloten om de regularisatiecampagne in te zetten en wordt de dotatie van de regering jaarlijks verhoogd met 2,5 procent. Toch zijn er bijkomende ingrepen nodig om te vermijden dat de tekorten in de zorgverzekering op middellange tot lange termijn groot worden. We vernemen ook dat Ethias, één van de private verzekeringsmaatschappijen die deelneemt aan de Vlaamse zorgverzekering, uit het systeem stapt. Het systeem zou oninteressant geworden zijn, omdat er geen winsten kunnen uit geput worden. Graag citeren we hierbij even Walter Pauli in De Morgen van 23 maart 2006: “Het is een praktijkvoorbeeld dat zelfs een voorzichtige privatisering van een stuk sociale zekerheid economisch erg snel oninteressant is. Als het dan toch modern is om de 'kerntaken' van de overheid te definiëren, is dit er eentje van formaat: de sociale zekerheid.” Zonder onmiddellijk in dat grote debat te willen treden, is het voor ons toch minstens een aanzet om het debat over de rol van de privé-sector in het ouderenbeleid aan te vatten. Wij denken dat een goede afbakening groeikansen en innovatiemogelijkheden voor deze sector biedt, maar dat de goede afbakening tegelijkertijd broodnodig is om de solidariteit in de zorgsector te bewaren. Op eerdere parlementaire vragen werd steeds door de Minister geantwoord dat er wordt gewerkt aan een aanpassing van het woonzorgdecreet, dat er ingrepen worden gedaan in de thuiszorg, dat de Vlaamse ouderenraad zich hierover zal beraden enz. Via de gespecialiseerde pers vernemen we ook dat daarin als voorstellen zijn opgemaakt. In de beleidsbrief 2005 spreekt de Minister van de opmaak van een globaal ouderenbeleidsplan Vlaanderen. Voorlopig werden we echter op geen enkele manier in kennis gesteld van de vorderingen die er gemaakt zijn voor een innovatief ouderenbeleid. De ingreep op de VIPA-reglementering en de alternatieve vorm van financiering zijn een stap om de achterstand in de klassieke rusthuissector weg te werken en dat is positief. Volgens ons is het echter ook dringend tijd voor concrete stappen en experimenten in nieuwe woonvormen.