Dit voorstel van decreet van heeft tot doel om het decreet van 7 mei 2004, dat het gebruik van dienstencheques in de kinderopvang voorzag, aan te passen aan het “actieplan flexibele en occasionele kinderopvang”. Het voorstel stelt dat aanvragen tot kinderopvang door middel van dienstencheques enkel kunnen worden aangevraagd door een beperkte groep gezinnen bij een door Kind en Gezin erkende gemandateerde voorziening. De gemandateerde voorziening stemt vraag en aanbod van alle vormen van flexibele en occasionele kinderopvang binnen een bapaalde regio op elkaar af en wordt zo het aanspreekpunt voor de ouders. Om een optimale kwaliteitsbewaking te garanderen sluit de gamandateerde voorziening een samenwerkingsovereenkomst af met de erkende ondernemingen in haar werkingsgebied. De onderneming zelf maakt duidelijke afspraken met de gebruikers over het aantal en de identiteit van de op te vangen kinderen, de opvangduur en eventuele huishoudelijke taken. Het oorspronkelijk decreet van 2004 verplichtte een niet-werkende werkzoekende om een door Kind en Gezin erkende opleiding te volgen alvorens hij kinderopvang via dienstencheques kon verzorgen. Deze voorwaarde wordt opgegeven. Hierdoor kunnen ook mensen die een andere passende opleiding hebben gevolgd of beschikken over voldoende beroepservaring ingeschakeld worden. Het gebruik van de dienstencheques wordt gekoppeld aan de sociaal economische positie van de gebruiker en de aanwezigheid van werkloosheidsgevallen. Je kan het voorstel van decreet nalezen.

Commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin