![]() |
Traag en perspectiefloos beleid
Durf en moed. Die eigenschappen heeft Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte duidelijk niet in huis, zeggen Bart Caron en Elke Roex. En dat moet veranderen. ,,Om de zorg toegankelijk te houden voor iedereen.''
Het zou anders worden, beter. Het nieuwe welzijns- en gezinsbeleid zou de problemen grondig aanpakken, de wachtlijsten snel verminderen, en doortastend optreden tegen delinquente jongeren. De kinderopvang zou worden uitgebreid, de rusthuizen snel aangepast aan de noden van de tijd en er zou meer zorg op maat komen.
Helaas, na één jaar Inge Vervotte (CD&V) als minister van Welzijn zijn er weinig of geen tekenen dat die beloften realiteit zullen worden. Meer nog: voor een aantal sectoren lijkt het wel alsof we teruggaan in de tijd, of in het beste geval pas op de plaats maken.
Dat de beleidsnota van de jonge minister nogal aarzelend was, tot daar. Dat de tekst doorspekt was met de woorden ,,evalueren'' en ,,onderzoeken'' was niet veelbelovend, maar te begrijpen. Maar dat er in het voorbije jaar haast niets is gebeurd, dat is verontrustend. Na evaluatie komt normaal gesproken actie en daar hebben we nog maar weinig van gezien.
De cijfers liegen er niet om: de minister heeft amper één ontwerp van decreet in het parlement ingediend en één decreet gewijzigd. Op haar website vinden we vijftien persberichten die vooral onmacht uitdrukken. Het stopwoord is ,,wil'', zoals in: ,,Vlaams minister Vervotte wil meer aandacht voor rookstopbegeleiding'', ze ,,wil opvoeding bespreekbaar maken'' of ,,wil een verzekering voor vrijwilligers''. Een minister mag veel willen, maar moet vooral aanpakken en afdwingen of nog beter: doen. En dat laatste is alleen nog maar gelukt bij het recente witte woede-akkoord'. Een vrij goed akkoord, wat grotendeels te danken aan is Vervotte zelf. Ere aan wie ere toekomt.
Maar voor de rest: geen durf maar behoudsgezindheid; een middelmatig, traag en perspectiefloos beleid, dat is de kern van onze kritiek.
De traditionele vormen van zorg halen het op de nieuwe. En een aantal vernieuwingen wordt bovendien geboetseerd naar de wensen van de zuil. Bijvoorbeeld. Toen Inge Vervotte moedig stelde dat de residentiële instellingen voor personen met een handicap voortaan voorrang moesten geven aan personen die de zorg het meest nodig hadden - zo niet zouden er financiële sancties komen - gingen die instellingen steigeren en bond de minister in.
Maar niet alleen de verzuiling speelt de vernieuwing parten. Kleinere hulpvormen, die minder in de media komen en minder spectaculair bezig zijn, hebben het moeilijk om de nodige subsidies te krijgen. Dat is onder meer het geval voor de autonome Centra voor Algemeen Welzijnswerk en de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg.
En er is meer. Ook in de jeugdbijstand is er geen vooruitgang. De bestaande vernieuwende projecten worden nog wel gesteund, maar niet structureel. Alle aandacht wordt weggezogen door de zware' gevallen waarvoor geen gesloten opvangplaats wordt gevonden. De Praat over Seks-campagne' van Sensoa lag onder vuur wegens te expliciet, straathoekwerkers die bezig waren met schadebeperking binnen druggebruik worden niet verder gesubsidieerd.
Minister Vervotte legde in navolging van het CD&V-programma en de beleidsnota het accent op de eerstelijnszorg, zelfzorg en mantelzorg. Maar er lijkt weinig te bewegen. Er zit al een gat zit in de kas van de zorgverzekering en ook daar is durf nodig. Durf om de thuiszorg en de aanvullende diensten stevig te versterken, zodat mensen langer waardig thuis kunnen blijven. Durf om te zeggen dat ook op dat vlak een solidair systeem dringend noodzakelijk is en dat wie veel zorg nodig heeft of het financieel moeilijker heeft, meer moet krijgen.
Op een aantal fronten is het trouwens oorverdovend stil. Zo horen we niets over hoe we moeten omgaan met de steeds toenemende zorgnoden van allochtone mensen. Ook bij hen zal de moderniteit leiden tot minder familiegebonden hulp aan de ouderen, zieken, minder kinderopvang, meer geestelijke noden. Vooral voor de eerste generaties duiken culturele problemen op, op het vlak van religie, geslacht. We zijn helemaal niet klaar om daarmee om te gaan.
Wij roepen de minister en de hele Vlaamse regering daarom op tot meer moed en durf. Tot een dubbele durf: de durf om een investering te vragen aan de samenleving en de durf om te hervormen zodat we efficiëntere en betaalbare zorg krijgen. Die inspanning moet voorkomen dat we een zorgbeleid krijgen met twee snelheden en moet ertoe leiden dat de zorg toegankelijk en betaalbaar blijft voor iedereen. Al mag wie wat meer vermogend is, ook wat meer bijdragen.
Opiniestuk Elke Roex (sp.a) en Bart Caron (Spirit)
De Standaard
25 juli 2005
(foto: sp.a)
|

