Opiniestuk 4 maart 2009

Mijn vragen over de borstkankerscreening lokten heel wat reacties uit. Het doet me echter plezier dat men er het belang van inziet. Dit kan enkel maar ten goede komen aan de Brusselse vrouwen. Ik wil enkele misverstanden uit de wereld helpen en aanzetten geven tot een beter preventiebeleid. Er is wel degelijk een fundamenteel onderscheid tussen een screening en een diagnostische mammografie. De preventieve screening is een tweejaarlijks gratis borstonderzoek. De kwaliteitsnormen van dit onderzoek zijn ingesteld om een optimaal resultaat te halen, namelijk zoveel mogelijk kankers in een vroeg stadium vinden, zo efficiënt mogelijk, zonder nodeloze bijkomende onderzoeken. Daarom wordt elke foto door twee radiologen gelezen, de zogenaamde “dubbele lezing”. Bij de screening worden vrouwen tussen 50 en 69 jaar systematisch geregistreerd en opgenomen in een breed populatieonderzoek. De diagnostische mammografie heeft weinig met preventie te maken. Eigenlijk is zo’n onderzoek bedoelt voor vrouwen waarbij men iets “verdachts” ontdekt in de borst (het voelen van een knobbel). De mammografie wordt aangevuld met andere tests, zoals een echografie, scans, enz. De diagnostische mammografie is veel duurder: de overheid betaalt ongeveer € 120 voor een diagnostisch onderzoek tegenover € 60 voor een screening. De vrouw betaalt ongeveer € 14 voor een diagnostisch onderzoek. De screening is gratis. De belastingsbetaler betaalt dus 2 keer de rekening. Tussen het noorden en het zuiden van het land is er een duidelijk “cultuurverschil”. Artsen in het noorden van het land zijn overtuigd van het nut van het screeningsprogramma en werken daar ook goed aan mee. In Vlaanderen kiest men resoluut voor de preventie, vele vrouwen zijn overgeschakeld van diagnostisch naar preventief onderzoek. Artsen in het zuiden van het land betwijfelen het nut van de screening. Ook in Brussel zijn de artsen moeilijk te overtuigen: het overgrote deel van de screeningsmammografieën gebeurt in het UZ Brussel, terwijl er (privé)-ziekenhuizen zijn waar er nauwelijks gebeuren. Met andere woorden: Brussel verspilt geld bij het opsporen van borstkanker. Prof. Dr. Patrick Neven van de onderzoekseenheid Gynaecologische Oncologie van de KUL zegt hierover: “Het budget dat we zouden kunnen uitsparen door het aantal diagnostische mammografieën met een echografie drastisch te verminderen en te vervangen door systematische screening kunnen we bijzonder goed gebruiken. Want in de periode van 2001 tot 2006 werden ruim één op vier vrouwen uit de risicogroep (50-69 jaar) in Brussel geen enkele maal gescreend of getest. Tijdens de laatste screeningsronde (2005-2006) bedroeg het aandeel niet onderzochte vrouwen maar liefst 47%, bijna de helft van de risicogroep. We hebben het uitgespaarde geld nodig om krachtdadige acties op te zetten die deze vrouwen ertoe aanzetten om zich te laten onderzoeken via de systematische screening. “ Het is ook niet omdat er minder vrouwen sterven aan borstkanker in het Brussels gewest dat er geen inspanningen moeten gedaan worden om Brusselse vouwen te sensibiliseren voor screening. Eén ding is immers zeker (en wetenschappelijk bewezen): zorgen dat de deelname aan het screeningsprogramma verloopt zoals ze zou moeten verlopen zal de sterfte pas echt significant doen dalen. Het huidige Brussels beleid is dus goed voor de geldbeugel van dokter en ziekenhuizen maar slecht voor de patiënt. Dat is ongepast en niet van deze tijd. Om het tij in Brussel te keren moet de overheid een duidelijk signaal geven aan artsen en patiënten, vandaar mijn voorstellen: 1. We stimuleren artsen om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek, door hen feedback te geven over hun voorschrijfgedrag. Zolang zij niet meewerken is elke andere inspanning immers zinloos. 2.Huisartsen werken mee door hun patiënten op te roepen voor de borstkankerscreening. We sturen een vertegenwoordiger bij de huisartsen langs om uitleg te geven over preventieprogramma’s, zoals in Gent. Huisartsen met hoge screeningsscores krijgen een bonus. 3. Media- en publiciteitscampagnes zijn belangrijk, een nieuwe campagne is in voorbereiding, maar daarnaast is een doelgroepgerichte benadering nodig. We leiden vrouwen op om in de vorm van “theekransjes” bij andere vrouwen thuis uitleg te geven over de borstkankerscreening (cfr. “Tuppercare”in Antwerpen). 4. We starten met een pilootproject in een Brusselse gemeente, waar de artsen en lokale verenigingen meewerken aan een massale sensibilisatie. We doen er een extra inspanning om te bewijzen dat preventie en een globale aanpak wél werkt!