![]() |
Er is een revolutie aan de gang in het kinderopvanglandschap. Sommigen proberen daar een polemiek van te maken, maar sp.a vindt dat het gaat over maatregelen die gestoeld zijn op een grote zin voor realiteit en rechtvaardigheid. Voor sp.a en ook voor haar kartelgenoot zou kinderopvang een recht moeten zijn en dus kosteloos moeten worden aangeboden, net als onderwijs. Ook ik heb die droom, maar vandaag staan we met beide voeten op de grond. Als we vandaag een decreettekst zouden kunnen goedkeuren om dat te realiseren, als we het geld ervoor zouden vinden, als we een meerderheid zouden vinden, dan zou ik volmondig meestemmen. We kunnen vandaag blijven doorbomen. We zouden kunnen starten met een tabula rasa en u vermoeien met onze visie op een ideale wereld, maar zo doen we het vandaag niet. We hebben gekozen voor een realistisch sociaal model. Vandaar: geen grote theorieën, conceptnota's of plannen die niet worden uitgevoerd, maar voor de eerste keer een baanbrekende én haalbare maatregel, die niet uitgaat van de tegenstelling tussen private en gesubsidieerde instellingen, maar wel van de stelling dat ouders niet mogen opdraaien voor het falen van de overheid om voldoende kwaliteitsvolle en betaalbare kinderopvang aan te bieden. Een degelijk kinderopvangbeleid steunt voor ons op drie basisprincipes: betaalbare en toegankelijke opvang, voldoende aanbod en een kwalitatieve opvang. Om te beginnen wil ik een aantal vaststellingen maken. Kinderopvang is al lang niet meer het soloterrein van de overheid. Sinds 2000, in de vorige zittingsperiode, is het aandeel van de zelfstandige opvang in het totale opvangaanbod exponentieel gegroeid. Ter illustratie: in de vorige zittingsperiode ging 61 percent van de extra plaatsen naar de zelfstandige opvang. Die trend is in deze zittingsperiode nog versterkt. Daarbij werd voorzien in een regelgevend kader, kwaliteitscontrole en een financiële stimulans voor de zelfstandige sector. We steunen bij het uitbreidingsbeleid terecht op de Europese Barcelonanorm en proclameren fier dat we die halen. We baseren ons daarvoor op cijfers waarbij in één moeite door ook de zelfstandige kinderopvang wordt meegeteld. We vinden dat oké, maar willen dan ook een beleid voeren dat ervoor zorgt dat elke plaats die wordt meegeteld, onze sociale principes kan hanteren. Het landschap van zelfstandige opvanginitiatieven is niet enkel commercieel. Ook vzw's, openbare besturen, het gemeenschapsonderwijs enzovoort richten minicreches op. Dat kan deels worden verklaard door het feit dat de infrastructuur niet altijd voldoet aan de strengere normen van de gesubsidieerde creches. Ook zijn er geen erkenningen beschikbaar omdat het uitbreidingsbeleid niet voldoende snel volgt. Het gaat zeker ook over initiatiefnemers die willen kiezen voor een sociaal model met inkomensgerelateerde bijdragen, maar daarvoor geen ondersteuning krijgen van de overheid. Kortom, ouders die er op tijd bij zijn en een dosis geluk hebben, slagen erin hun kinderen in de gesubsidieerde sector in te schrijven, waar de prijzen geplafonneerd zijn en afhankelijk van het gezinsinkomen. Minder fortuinlijke ouders moeten dan hun toevlucht zoeken tot de zelfstandige sector, waar ze gemiddeld meer moeten betalen. Andere ouders beslissen dat het in dat geval beter is om thuis te blijven, als werkloze, of om deeltijds te werken. Dat is niet altijd een bewuste keuze van de ouders. Elke bijkomende plaats waar geen sociale tarieven gelden, maakt dit gebrek aan keuze nog sterker. Vandaar ons eerste principe: betaalbare en toegankelijke opvang. Sp.a nodigt met haar voorstel, dat nu een maatregel is geworden, de zelfstandige initiatieven uit om over te schakelen op het sociaal en solidair systeem, met name het inkomensgerelateerde ouderbijdragesysteem van Kind en Gezin. Via een call kunnen zelfstandige initiatieven hierop intekenen. Zij die instappen, zullen op een correcte en billijke wijze voor hun sociaal gedrag gecompenseerd worden. Ik verwijs hiervoor nog graag even naar het beleidsplan Kinderopvang van minister Vogels van maart 2000, waarin ik lees: "Als bovendien de ouderbijdragesystemen door de hele sector heen analoger worden uitgebouwd, versterkt dat op zijn beurt de coherentie van het opvanglandschap." Dat is de stap die wij vandaag zetten. Ons voorstel is een grote stap in de goede richting: in de richting van een beter toegankelijke en betaalbare opvang, voor iedereen en overal. Vandaag kunnen wij bijna de helft van de plaatsen in de zelfstandige sector betaalbaar maken. Dat zijn 14.000 gezinnen. We kunnen blijven dromen van het ideale model, maar dit was dus de echte keuze waar we voor stonden. Ten tweede: voldoende aanbod. Kinderopvang als recht betekent ook dat er voldoende aanbod is. Voldoende aanbod is een plaats voor ieder kind dat daarom vraagt. Wij zullen dan ook de minister steunen in de verdere uitbreiding van de kinderopvang. We vinden het vanzelfsprekend én sociaal dat de bijkomende plaatsen gaan naar initiatieven die willen werken met inkomensgerelateerde ouderbijdragen, zelfstandig of niet. Tot slot moet er meer kwaliteit en coherentie in de kinderopvang komen. De voorgangster van de huidige minister van Welzijn gaf een aanzet met het conceptuele kader voor de vernieuwing van de Vlaamse kinderopvang. Wij willen méér en herhalen daarom nog eens onze voorstellen voor meer coherentie. Eerste voorstel: één loket per gemeente, waar de ouders snel een plaats in de kinderopvang kunnen vinden, zonder dubbele wachtlijsten, vele bezoeken en nutteloos zoeken. Een coherent landschap, geregisseerd door de gemeente. Ten tweede: een flexibel vergunningssysteem, transparanter en coherenter, met ruimte voor innovatieve concepten op het vlak van infrastructuur. Ik denk daarbij aan bijvoorbeeld het gedeelde gebruik van schoolgebouwen of jeugdinfrastructuur. Ook een goed doordachte normering is nodig, zonder overdreven betutteling. Conclusie: ja, voor ons moet kinderopvang een recht zijn én kosteloos, net zoals het onderwijs. De visie is duidelijk, het beleid dat vandaag ter discussie staat, zet stappen in de goede richting maar is geen eindpunt. Onze droom blijft bestaan. |


Tussenkomst in plenaire 3 juni 2008