![]() |
Persbericht 26 oktober 2007
De Vlaamse en de Brusselse gewestelijke overheden subsidiëren bepaalde arbeidscontracten. Via een geco-contract kan een werknemer werkervaring opdoen, terwijl de werkgever een tegemoetkoming geniet. Werknemers met een dergelijk gesubsidieerd contract worden meestal ingezet in VZW’s. Vooral in de (Vlaamse) welzijnssector in Brussel zijn er dergelijke geco’s aan de slag. Maar het zouden er nog meer kunnen zijn. Meer dan dertig geco’s van de Brusselse overheid, vanuit haar bevoegdheid toegewezen aan collegelid Grouwels, zijn onbenut. Terwijl de geco’s grotendeels al sinds 2005 en 2006 beschikbaar zijn.
“Ruim dertig plaatsen niet ingevuld: dat was het antwoord dat ik vandaag kreeg van collegelid Grouwels op mijn mondelinge vraag,” zegt Jan Béghin. “In het beleidsplan kinderopvang (dat vandaag werd besproken) was er sprake van geco’s die kunnen ingezet worden. De ironie is dat de VGC al geruime tijd recht had op zeker nog dertig geco’s, maar de arbeidsplaatsen gewoon niet invult. En dat terwijl er ruim vijfhonderd opvangplaatsen tekort zijn in de kinderopvang. Dertig geco-werknemers zouden daar wel iets aan kunnen doen.”
“We hebben er alle belang bij op de gewestelijke mogelijkheden in te gaan en die geco-arbeidsplaatsen zo snel mogelijk in te vullen. We kunnen die werknemers immers goed gebruiken. En we mogen de Brusselse overheid zeker niet de indruk geven dat we de geco’s niet nodig hebben,” zegt Elke Roex.
En ze besluit: “In de kinderopvang hebben we een inhaalbeweging te maken. Ik pleit er voor dat alle kinderopvanginitiatieven die in Brussel worden opgericht aansluiting zoeken bij het reguliere Vlaamse circuit. Dat biedt Brussel de beste garanties op lange termijn.”
|

