In Brussel kan je als instelling voor kinderopvang zowel aansluiten bij Kind & Gezin als bij de Franstalige tegenhanger ONE (“Office de la Naissance et de l’Enfance”). En omdat de regelgeving om een attest van toezicht te krijgen als instelling nogal verschilt kiezen sommige Franstalige opvanginitiatieven voor een aansluiting bij Kind & Gezin. Daar is op zich niets op tegen, maar het maakt het plaatje voor de ouders wel heel onoverzichtelijk. Elke Roex (sp.a) drong daarom reeds in het verleden aan op duidelijke werkafspraken tussen ONE en Kind & Gezin. Het gevaar is wel dat de Vlaamse Brusselaar nog moeilijk kan weten tot welke instelling hij zich moet richten om er zeker van te zijn dat zijn kind in het Nederlands opgevangen wordt, terwijl Franstalige ouders die zich tot de ONE richten allicht geen overzicht zullen krijgen van de Franstalige voorzieningen erkend door Kind & Gezin. Een gemiste kans dus en verwarring alom. Duidelijke werkafspraken tussen Kind & Gezin en ONE en een goede communicatie naar de kinderopvanginitiatieven kunnen die verwarring ongedaan maken. Elke Roex suggereert een gezamelijke website van ONE en Kind & Gezin, met duidelijk het aanbod aan en de taal van kinderopvanginitiatieven. De administratieve procedure om een attest van toezicht te krijgen is een stuk soepeler aan Vlaamse kant. Kind & Gezin is daardoor ook voor Franstalige opvanginitiatieven aantrekkelijk. Zo zijn er in Brussel zeker 24 minicrèches die onder toezicht van Kind & Gezin vallen en die het Frans als voertaal gebruiken. Die soepelheid bij Kind & Gezin is een goede zaak en mag dus zeker blijven bestaan. Zo maakt de Europese aanwezigheid in Brussel kinderopvang met een andere “werktaal” noodzakelijk. Ook die opvang vraagt een gepast toezicht. Het spreekt voor zich: voor ouders moet het duidelijk zijn in welke taal een kinderopvanginitiatief kinderen opvangt. Voor erkende kinderopvanginitiatieven is de situatie duidelijk: zij vallen onder de taalwetgeving en de opvang dient dus in het Nederlands te gebeuren. Opvanginitiatieven die enkel een attest van toezicht hebben van Kind en Gezin (bv. particuliere en commerciële instellingen) vallen echter niet onder de taalwet. Het taalaanbod van de particuliere voorzieningen in Brussel is door zijn multiculturele en internationale bevolking zeer divers. Minister Vervotte had op vraag van Elke Roex alvast beloofd de specifieke situatie in Brussel te willen onderzoeken. Daaropvolgend vond op 3 mei in de Commissie Welzijn op initiatief van Elke Roex, Sven Gatz en Steven Vanackere een hoorzitting plaats over het taalbeleid van Kind en Gezin. Aanwezig waren Jozef Pelgrims, hoofd van de juridische dienst en Will Verniest, afdelingshoofd kinderopvang binnen Kind en Gezin. Het werd een boeiend en open gesprek. Kind en Gezin wil werken aan de problematiek en wil ook samen met het ONE onderzoeken of er een gezamelijke lijst kan opgesteld worden. 22 mei 2005