![]() |
Dinsdag 25 oktober
Het aantal toegekende uren gezinszorg voor Brussel-Hoofdstad en Vlaams-Brabant ligt een stuk lager dan in de andere provincies. “Dat verschil moet dringend weggewerkt worden,”zegt Elke Roex(sp.a). “Een gelijke regionale verdeling zorgt niet alleen voor een betere bereikbaarheid van de diensten, maar ook voor meer werk in de regio.”
In Vlaanderen zijn er nu zowat 15.000 gezinszorgsters aan de slag. Zij verzorgen vooral zorgbehoevende ouderen en gezinnen in hun thuismilieu. De diensten voor gezinszorg vormen, samen met huisarts, schoonmaakhulp, thuisverpleging en maatschappelijk werk, de spil van de thuiszorg. Maar Elke Roex(sp.a) stelt vast dat er in Brussel-Hoofdstad en Vlaams-Brabant beduidend minder uren gezinszorg toegekend zijn. “In de Vlaamse meerjarenbegroting is een uitbreiding van het aantal uren gezinszorg opgenomen,” zegt Roex, “een inhaalbeweging voor de Vlaams-Brabantse en Brusselse regio moet dus zeker kunnen.”
Om dat te realiseren zijn er begeleidende maatregelen nodig. Voor de diensten in Brussel is het immers erg moeilijk om kandidaat-gezinszorgsters te vinden. “De rekrutering moet extra gestimuleerd worden,” vindt de sp.a-politica, ”bijvoorbeeld via promotieacties voor de opleiding verzorging in de polyvalente opleidingscentra en het beroepsonderwijs. Dat kan ook het tweedekansonderwijs stimuleren. Meteen levert de inhaalbeweging extra jobs op voor Vlaams-Brabant en Brussel-Hoofdstad.”
Volgens Roex schort er ook iets aan de verdeling van de uren gezinszorg per provincie. Die verdeling gebeurt nu louter op basis van het aantal ouderen in elke provincie. Maar er moeten ook andere normen gelden. Er moet rekening gehouden worden met de manier waarop ouderen wonen in een bepaalde regio, met de aanwezigheid van residentiële voorzieningen, enzovoort. Vlaams minister van Welzijn Vervotte is alvast bereid die piste te bewandelen.
“Door kleinere zorgregio’s te maken kan het beleid veel beter afgestemd worden op lokale behoeften,” besluit Elke Roex. “Zo wonen er aan de kust veel meer ouderen op een kleine oppervlakte dan op het West-Vlaamse platteland. Er zou dan ook een permanent observatorium moeten komen dat de echte zorgnoden van ouderen en gezinnen per zorgregio opvolgt. Zo kan er snel en soepel ingespeeld worden op gaten in het aanbod.”
Je kan de vraag lezen.
|

