![]() |
Op voorstel van Elke Roex (sp.a) brengt de meerderheid in het Vlaams parlement een kleine wijziging aan in het GOK-decreet. Met groot gevolg, want door deze wijziging krijgen ook kinderen uit meertalige gezinnen, waarin slechts één van beide ouders Nederlandstalig is, voorrang bij de inschrijving in een school. Dat bevordert de onderwijskansen van alle Nederlandstalige Brusselaars. Met het decreet voor Gelijke OnderwijsKansen versterkt de Vlaamse overheid de kansen van elk kind in het onderwijs. In Brussel betekent dat concreet dat sommige kinderen voorrang krijgen bij de inschrijving in een school. Dat geldt bijvoorbeeld voor kinderen die thuis Nederlands spreken. Op die manier stimuleren we een betere spreiding van de kans- en taalarmoede over scholen, wat uiteindelijk elk Brussels kind ten goede komt. Daarnaast krijgen scholen die veel leerlingen tellen die aan de GOK-criteria voldoen, extra ondersteuning. Ook op die manier versterken we de draagkracht van de scholen die het nodig hebben, wat opnieuw in het voordeel is van elk kind. Voor beide aspecten van het GOK-beleid, de voorrang van bepaalde leerlingen bij de inschrijving en de extra ondersteuning van scholen, gelden dezelfde criteria. Dat klinkt logisch, maar leidde in de praktijk soms tot ongewenste effecten. Zo hadden kinderen uit meertalige gezinnen, waar slechts één van de ouders Nederlandstalig is, geen voorrang bij inschrijving in een school. Ondertussen kregen de scholen wel extra middelen wanneer zij deze kinderen inschreven. Het decreet van Elke Roex en Anissa Temsamani (sp.a), Sven Gatz en Stern Demeulenaere (OpenVLD), Paul Delva en Kathleen Helsen (CD&V), dat binnenkort goedgekeurd zal worden in het Vlaams Parlement, los deze contradictie op. Het volstaat voortaan dat één van beide ouders Nederlands spreekt om een kind in te schrijven in de voorrangsperiode voor Nederlandstaligen. De scholen blijven ondertussen wel extra middelen krijgen voor de ondersteuning van leerlingen waarvan de thuistaal slechts gedeeltelijk het Nederlands is. |


Persbericht 30 januari 2009