![]() |
Elke Roex en Jan Béghin pleiten op de Internationale Dag van het Gezin voor een echt beleid inzake kinderopvang.Persbericht 15 mei 2008
Staatssecretaris Grouwels besliste onlangs om ontmoetingsruimten in te richten voor moeders met kinderen. En hopla: ineens verschijnt er een onderzoek dat aantoont dat dit toch wel een goed idee is, want dat er veel moeders zijn vaak thuis zitten met hun kinderen en ook vele vragen hebben over opvoeding. Als er door de VGC geld vrijgemaakt werd om die ruimten in te richten, dan wisten we dat toch al? En er zijn toch al ontmoetingsplekken zoals Nasci, die elk jaar weer op bedeltocht moeten om voldoende middelen te krijgen? Er zijn toch al gemeenschapscentra, die ruimte moeten maken voor alle soorten ontmoeting? Er zijn projecten, zoals Caleidoscoop in de Vaartkapoen, waar allochtone vrouwen zelf het initiatief nemen, waarom dan nieuwe structuren oprichten? Natuurlijk zijn we voor ontmoeting. Natuurlijk willen ook wij werkloze allochtone moeders uit hun isolement halen. Natuurlijk willen wij, in het belang van de kinderen en hun moeders, ruimte geven om vragen te stellen en antwoorden te krijgen. Alleen worden de échte problemen niet aangepakt. De VGC heeft twee jaar geleden een studie laten uitvoeren naar kinderopvang. Daaruit bleek dat er 500 plaatsen tekort zijn. Elke Roex: “Er moet dus dringend werk gemaakt worden van meer kinderopvang! Wij stellen al lang een groot tekort vast aan opvang in Brussel, zowel op het vlak van de voorschoolse als van de buitenschoolse kinderopvang. Jonge vrouwen vertellen ons dagelijks over de lange wachtlijsten in crèches en de moeite die het hen kost om een opvangplaats voor hun kindje(s) te vinden. Gebrek aan kinderopvang is net de reden waarom jonge moeders thuis blijven of minder werken. De uitbreiding van het aantal plaatsen in de opvang moet dan ook de eerste prioriteit zijn.” Helaas blijkt dit geen prioriteit te zijn voor de VGC. Bovendien stellen wij vast dat middelen die door Vlaanderen ter beschikking worden gesteld voor de uitbouw van kinderopvang niet ten volle en vaak véél te laat benut worden. Twee voorbeelden: • De coördinator buitenschoolse opvang die jaren geleden in de schoot van de VGC werd aangesteld heeft tot op vandaag nog géén enkele bijkomende plaats gecreëerd. • Momenteel worden 5 geco’s van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld voor de creatie van nieuwe plaatsen in de kinderopvang én € 175.000 uit het stedenfonds aangewend voor een ander doeleinde. Met die middelen zouden minstens 2 nieuwe crèches worden opgericht… De kinderopvang is een belangrijk hulpmiddel om de integratie te bevorderen en de armoede te bestrijden. Kinderopvang is een noodzakelijk instrument om ook deze moeders de kans te geven werk te vinden en zo uit hun isolement te geraken. Jan Béghin van de Brusselse fractie van sp.a + VlaamsProgressieven pleit al lang voor een andere én betere aanpak:”Ik interpelleer het collegelid vaak inzake kinderopvang. En altijd komt er wel een antwoord: de ene keer is het te moeilijk, de andere keer te gemakkelijk, dan is het te warm, dan te koud. Er zijn middelen om er iets aan te doen en er gebeurt quasi niets.” Volgens Elke Roex en Jan Béghin is het tijd voor actie, want dit beleid gericht op “stimuleren”, “onderzoeken” en “ondersteunen”, moet vervangen worden door een beleid dat de broodnodige kinderopvangplaatsen creëert. Daarvoor geven we drie belangrijke WERKwoorden mee: 1. Coördineren: de VGC moet de kinderopvang coördineren en het voorbeeld volgen van Antwerpen en Gent waar men - in een grootstedelijke context - gekozen heeft voor de uitbouw van één loket. Moeders kunnen er drie voorkeuren opgeven en naargelang de beschikbaarheid doet men dan een voorstel. Zo bespaar je gezinnen heel wat heen en weer geloop op een moment waar jongen gezinnen extra aandacht aan elkaar moeten schenken. 2. Faciliteren: De Vlaamse Gemeenschap stelt kinderopvangplaatsen ter beschikking die vaak met véél te véél vertraging worden ingevuld. Hierdoor gaat véél geld verloren. De VGC moet zorgen dat deze plaatsen onverwijld worden ingevuld, zodat moeders aan de slag kunnen. Als de VGC dat niet kan waarmaken, dan dient haar rol ernstig bekeken te worden op het vlak van welzijn. 3. Innoveren. In plaats van een beleid dat hier en daar probeert bij te sturen, moet een reëel vernieuwend beleid van de VGC geënt worden op één simpele doelstelling: een opvangplaats voor elk kind. Dat is de uitdaging waaraan moet gewerkt worden. Al de rest is nuttig maar geen oplossing voor het gebrek aan plaatsen. Volgend jaar zijn er verkiezingen en zullen er wellicht grote beloftes worden gemaakt en dure eden worden gezworen. Maar dit beleid laat de jonge gezinnen van nu in de kou staan en probeert ze zoet te houden met nog maar eens een studie die moet aantonen dat water nat is en de zon warm. |


